Voorlopers

Jacob in ’t Houtbosch, Alkmaar, 1638

Deel 40 van de collectie Dood-, Trouw- en Begraafboeken in het Regionaal Archief Alkmaar registreert de begrafenissen in de gereformeerde Grote Kerk van Alkmaar, de kapel of het kerkhof daarvan, over de periode 1618-1670. Het bevat twee verwijzingen naar mogelijke familieleden:

  1. De begrafenis van een kind van Jacob in ’t Houtbosch op 31-10-1639
  2. De begrafenis van een kindt van Jacob Maersee Houtbos op 18-09-1652

De naamgeving suggereert mogelijk onderlinge relaties, als hieronder aangegeven, maar een relatie met de huidige generaties Houtenbossen is niet gevonden.


Vechter Willemsz Houtenbos, De Hulk 1680-1717

Het regionaal Westfries archief bevat verwijzingen naar een vroege Houtenbos: Vegter of Vechter, Willems of Willemsz genaamd, soms met de toevoeging “Houtenbos”. Hij was herbergier in De Hulk, vastgeklemd tussen het dorp Scharwoude in het zuiden en  Berkhout   en de tegenwoordige Hoornse wijk Grote Waal in het noorden, ongeveer waar nu het knooppunt van de wegen A7, N247, N194 en Venneweg ligt.

De Hulk ontstond rond een herberg, die langs de trekvaarten Hoorn-Alkmaar en Hoorn-Amsterdam was gelegen. Het ontleent  zijn naam aan deze herberg: op het uithangbord van de Herberg stond een groot zeeschip, ook wel hulk genoemd. Het buurtschap valt formeel onder Berkhout.

Vechter Willemsz is tweemaal getrouwd geweest. Eerst in 1680 met Aafje Claes, daarna in 1669 met Trijntje Jans.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 16-03-1717 doet zwager Barend Jansz, aangifte van het lijk van Vechter Willemsz Houtenbos, overleden aan de Hulk. Barend verklaarde, dat Vechter minder dan 2000 gulden nagelaten had. Het belastingtarief daarvoor bedroeg 3 gulden, 0 stuivers en 0 penningen (1 gulden is 20 stuivers, 1 stuiver is 16 penningen).

 

 

 

Vechter komt in een 6-tal notariële aktes voor:

De aktes zijn zeer slecht leesbaar, maar het soort akte en de namen van de hoofdrolspelers zijn met volharding wel uit de klauwen van de geschiedenis te redden.  De laatste twee aktes betreffen kennelijk een boedelscheiding en de laatste wil van Vechter Willemsz Houtenbos en zijn toenmalige vrouw Trijntje Jansz. De eerste 8 jaar, de tweede maar een paar weken vóór de dood van Vechter.

In de eerste van deze twee akten wordt gesproken over een stuk land van 800 roeden, net iets minder dan 1,23 ha., en goederen als een bed. Ook wordt er gesproken van de kinderen, Willem en Jan van Vechter. Die zijn kennelijk oud genoeg om mede te ondertekenen (rechts onder de handtekening van vader Vechter). Stiefmoeder Trijntje zet een kruisje (links):

 

 

Daarmee komt het beeld van de familierelaties van Vechter Willemsz Houtenbos er al volgt uit te zien:

 

 

 

 

De laatste akte is een testament van Vechter Willemsz Houtenbos en zijn toenmalige vrouw Trijntje Jansz. Het is op 27 feb 1717 ’s avonds rond acht uur thuis bij Vechter en Trijntje opgemaakt door notaris Dirk Nierop. De notaris treft Vechter de eerste wat ‘ziekelijk, doch zittende bij den haart’ en Trijntje ‘gezond”, maar ‘beijde verstant  en .. sprake wel hebbendt’ aan.
Er is sprake van ‘twee halve en stief kinderen namelijk Sijmen Jansz en Dirk Jansz’, dieelk een wollen himtrook met silveren knoopen elk een paar gouden knoopen met himt’ worden toebedacht.
Opvallend genoeg wordt er in dit testament met geen woord over de kinderen, Willem en Jan, van Vechter gesproken. Wel blijkt Trijntje nog een ‘enige dochter Neeltje Claes’ te hebben, waarmee voor haar het volgende familiebeeld ontstaat:

 

 

 

 

 

De laatstgenoemde Barend Jansz was degene die aangifte deed van het overlijden van Vechter in 1717.

Samenvattend moet worden vastgesteld, dat Vechter Willemsz de familienaam Houtenbos voerde, maar dat zijn zonen, Willem en Jan het hielden bij het patroniem ‘Vechtersz’. De naam ‘Houtenbos’ was daarmee na één generatie alweer verdwenen.